
No. 600 ‘City of London’ Squadron bestaat 100 jaar
Algemeen 852 keer gelezenEen groot deel van deze tekst is al eerder, op 30 april 2019, gepubliceerd.
Al vele jaren is bij de herdenking in Spijkenisse een delegatie van het Britse No. 600 ‘City of London’ Squadron aanwezig. De verbondenheid tussen het RAF squadron en Spijkenisse gaat terug naar 10 mei 1940. In de vroege ochtend van die dag werd het neutrale Nederland binnengevallen door het Duitse leger.
Onderdeel van het Duitse aanvalsplan was om de vliegvelden rondom Rotterdam en Den Haag in te nemen, waaronder het toenmalige in Charlois gelegen militaire vliegveld Waalhaven. Op Waalhaven was de nationale vliegtuigindustrie gevestigd, en later vliegtuigfabriek Koolhoven. Het Duitse plan was dat alle luchtlandingstroepen en hun materiaal op dit vliegveld zouden landen, nadat de Nederlandse verdediging zou zijn uitgeschakeld. Om vier uur ‘s ochtends vond het bombardement plaats, waarbij een groot deel van de gebouwen en verdedigingsstellingen op het vliegveld werden vernietigd. Een uur later werden door Duitse vliegtuigen rondom het vliegveld meer dan 500 parachutisten gedropt, die de Nederlandse verdediging aanvielen. De Nederlandse strijdkrachten waren niet in staat de Duitse troepen te verdrijven en daarom werd de hulp van de Britse luchtmacht ingeroepen. De RAF gaf deze opdracht aan het op de basis Manston in Kent gestationeerde B-flight van het No. 600 ‘City of London’ Squadron, dat bestond uit goed opgeleide burgervrijwilligers (Auxiliary Air Force) en bekend stond als ‘weekendvliegers’.
Geen schijn van kans
Het No. 600 ‘City of London’ Squadron werd in 1934 aangewezen als jachteskader. In eerste instantie werden dag- en nachtpatrouilles gevlogen, maar de Blenheims waren niet geschikt voor operaties bij daglicht. Om die reden werden de toestellen enkel gebruikt voor de nachtverdediging. Op 10 mei, kort na het middaguur stijgen zes type Blenheim jagers onder leiding van de pas getrouwde Squadron Leader James M. Wells op. Hij besluit om behalve zijn eigen navigator, Sergeant John Davis, de navigators van de andere vijf toestellen thuis te laten. Davis moet de vliegtuigen naar de juiste plek navigeren. Na vergeefs wachten op het toegezegde escorte door Spitfires, besluit Jimmy Wells de aanval door te zetten, omdat Nederlandse grondtroepen gelijk met de luchtaanval een aanval op de grond zullen uitvoeren. Boven Nederland vliegen ze in twee groepen van drie toestellen op het vliegveld aan. Ze duiken op de Duitse vliegtuigen die hier geparkeerd staan en treffen diverse toestellen met hun boordwapens. Kans op een tweede aanval krijgen de Britten niet. Als ze nog laag vliegen door de aanval die ze net uit hebben uitgevoerd en proberen weer op voldoende hoogte te komen om het luchtgevecht aan te kunnen gaan, worden ze door 12 Duitse Messerschmitts aangevallen. Het squadron heeft geen schijn van kans; de Duitse vliegtuigen zijn superieur aan de verouderde Blenheims. Vier Britse toestellen storten neer.
Zeven vliegers kwamen om
De L-1335 van piloot Moore en schutter Isaacs werd waarschijnlijk als eerste neergehaald en stortte vlakbij vliegveld Waalhaven neer. Beiden vliegers kwamen om het leven. Kort daarna werden piloot Michael Anderson en Leading Aircraftman Herbert Hawkins neergeschoten; dit vliegtuig stortte neer ten zuidoosten van de Spijkenisserbrug (Hoogvliet). Ook beide inzittenden van dit toestel kwamen om. L-6616 waarin Squadron Leader Wells vliegt, crashte bij Pernis. Hij en schutter Kidd overleefden dit niet, maar Wells slaagde erin om het vliegtuig lang genoeg in de lucht te houden om navigator Davis de kans te geven uit het vliegtuig te springen. Een derde vliegtuig met piloot Rowe en schutter Echlin, stortte neer bij Piershil. De gewonde Rowe werd door in Piershil gelegerde Nederlandse soldaten uit het vliegtuigwrak bevrijd, naar een verbandpost in Oud-Beijerland gebracht en na de Nederlandse overgave door de Duitsers krijgsgevangene gemaakt. Piloot Haine wist samen met schutter Kramer in hun zwaar beschadigde L1517 een noodlanding te maken bij Herkingen. Na drie dagen wisten zij op 14 mei net als Sergeant John Davis het door Britse troepen bezette Hoek van Holland te bereiken. De drie mannen keerden van daar uit terug naar Engeland; aan boord van hetzelfde schip bevond zich ook Koningin Wilhelmina. Slechts één toestel van het squadron ontkomt en vliegt terug naar Engeland. Zeven van de dertien vliegers komen om.
Identificatie en graven
De zeven vliegeniers van het No. 600 ‘City of London’ Squadron die tijdens de aanval op vliegveld Waalhaven omkwamen, worden in de buurt van de crash begraven. Vier van hen vinden hun laatste rustplaats op de algemene begraafplaats Crooswijk (R’dam), één in Piershil en twee in Spijkenisse. Historicus Hans Onderwater uit Barendrecht startte in de jaren ‘80 een onderzoek naar vier gevallenen, met als resultaat dat aan de hand van gebitsgegevens ruim 40 jaar na hun dood de identiteit van de Britse vliegeniers in ‘81 alsnog kon worden vast gesteld en hun graven worden voorzien van een nieuwe grafsteen. Pilot Officer Michael Anderson en Leading Aircrafman Herbert Hawkins blijken begraven te liggen in Spijkenisse. Hans Onderwater heeft voor zijn onderzoek en inzet in 2017 de Member of British Empire (MBE) onderscheiding ontvangen.
Poppy
De door Onderwater gelegde contacten met het in oktober 1925 opgerichte en nog steeds bestaande RAF No. 600 ‘City of London’ Squadron, zorgen ervoor dat al vele jaren een groep afgevaardigden van dit squadron in mei naar Nederland komt om kransen te leggen bij de zeven graven en aanwezig is bij herdenkingen. Op 3 mei bij het in 2016 bij de Waalhaven onthulde herdenkingspaneel en in Herkingen en op 4 mei in Piershil, Crooswijk en Spijkenisse. Op 5 mei loopt de RAF delegatie in het Nationale Defilé in Wageningen mee. De kransen bestaan traditiegetrouw uit klaprozen (poppies) van kunststof. Het Verenigd Koninkrijk en de andere Gemenebest landen herdenken jaarlijks tijdens Remembrance (Poppy) Day de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog die op 11 november 1918 eindigde. De klaproos, een pioniersplant die als één van de eersten weer bloeit op kale grond, staat symbool voor hoop voor de toekomst.
100-jarig bestaan
Tijdens het bezoek van de delegatie aan Spijkenisse, werd deze na afloop van de herdenking door burgmeester Van Oosten ontvangen op het stadhuis. Hier werd vanwege het 100-jarig bestaan van het squadron een aquarel overhandigd dat de verbondenheid met Spijkenisse weergeeft. Daarnaast werden er over en weer nog wat geschenken uitgewisseld.















