
Begin november beslist Provincie over afkoopsom Oudenhoorn
Actueel 574 keer gelezenWelk bedrag de gemeente Hellevoetsluis moet betalen als compensatie aan de gemeente Nissewaar, is nog erg onzeker. Vastgesteld is het zeker nog niet. In het laatste voorstel van de provincie, waar de gemeenteraad van Hellevoetsluis op 21 augustus over vergadert wordt geen bedrag genoemd. Het definitieve bedrag - als er een bedrag wordt vastgesteld - wordt pas in de vergadering van Provinciale Staten van begin november vastgesteld. Er zijn dan nog zes weken beschikbaar om Oudenhoorn per 1 januari 2018 bij Hellevoetsluis te laten horen, zodat ze ook in maart aan de raadsverkiezingen van Hellevoetsluis kunnen deelnemen. De gemeenteraad van Nissewaard vergadert pas op 13 september. Dan heeft de Provincie dus pas de zienswijze van beide gemeentes die uiteindelijk tot een definitief voorstel van GS aan de Provinciale Staten zal leiden die het voorstel zoals het er nu uitziet op 8 november zal bekrachtigen.
In het eindbod dat de provincie aan beide gemeentes deed, werd gesproken over een compensatiebedrag dat Hellevoetsluis aan Nissewaard moest betalen van 10,9 miljoen. Een bedrag dat net iets hoger lag dan de 10 miljoen die de gemeente eerder aanbood, en aanmerkelijk lager dan de 25 miljoen die Nissewaard aan het dorpje had gehangen. De gemeente Hellevoetsluis nam eindbod unaniem aan, maar Nissewaard wees het bod met een uiterst minieme meerderheid af, tegen de wens van het eigen college in. Hierop trok de provincie het bod in en legde aan een onafhankelijk bureau de berekeningen ter herberekening voor...
Aan het eindbod ging een uitgebreide gespreksronde vooraf, die zorgvuldig door gedeputeerde Rogier van der Sande werd gedaan. Met alle partijen werd gesproken, er werd geluisterd en uiteindelijk kwam het eindbod met een uitgebreide argumentatie tot stand.
Uit de herberekening kwam naar voren dat het eindbod van de provincie tamelijk genereus was geweest, want het bureau A.P.E. kwam tot de conclusie dat 9,4 miljoen een redelijke vergoeding zou zijn. Dit bedrag is echter niet bindend. Bij eerdere herindelingen vonden die altijd met gesloten beurzen plaats. De provincie zal dus pas na de zienswijze van beide gemeentes een definitief bedrag vaststellen en dat kan sterk afwijken van eerder genoemde bedragen. Het gebruik maken van de kans door ONS om het voorstel af te stemmen (er waren twee raadsleden op vakantie) en het daarna door dezelfde partij twijfelen aan de bevoegheid van de provincie om de Wet ARHI te gebruiken. heeft de verhouding met de provincie geen goed gedaan













