INSCHRIJVEN VOOR NIEUWSBRIEF
Wilt u zich inschrijven voor onze nieuwsbrief?
Powered by
Future Forward Brand Newmedia
WESTVOORNE – Rien Huisman: “Eind 2011 besloot ik mijn ‘da capo’ doos weer open te trekken ten aanzien van het afgelopen politieke jaar. Het is slechts een gek woordenspel dat in geen enkel opzicht persoonlijk bedoeld is. Goed lezen en nadenken, want er zit veel weggestopt in de kromme zinnen. Wederom eindigend met het begin, hetgeen slechts aangeeft dat, of men het leuk vindt of niet, de bestuurlijke stoet omsingeld ís en blijft door de fractie van de Partij Westvoorne.”
Da Capo van Rien Huisman
Ik stond op het kruispunt van onze drie dorpen en blikte terug op het afgelopen politieke jaar:
Van een fraaie blom, die aan de voorkant van het kleurrijke gelderland stond, keek ik wat noorder naar het meer, het verre meer aan de overzijde. De dag liep ten einde en in de ondergaan zon zag ik het kraaijeveld vervagen, terwijl een man en de stramme grave langzaam van achter een huis te voorschijn kwamen.
Het was zondag en de meeste winkels waren gesloten. Ook had er niets in de lokale pravda gestaan, maar tot mijn verbazing zag ik plots uit alle windrichtingen mensen aan komen lopen. Er vormde zich een stoet, die zich van dorp tot dorp voortbewoog. Langs vrachtvolle en duurzaam onveilige wegen. Tussen rietgeschoten vlieten en kaalgeslagen plantsoenen door. Langs dure, maar leegstaande huizen en een somber, afgedankt woonbedrijf en over ongezellige pleinen. Bij een te zwaar gesubsidieerd monument sloeg men af in de richting van een nog stil natuurstrand. Daar ontstond een bijna servische toestand, waarbij een aantal groepjes wanordelijk en luidruchtig door elkaar begon te tuten. Een rossige jongeling met een waterlelie aan een ketting probeerde tevergeefs op een witte zandberg te klimmen om de menigte toe te spreken. Een mulder uitziende, grote, brinkige kraaij schoot hem te hulp met een vriese vergaderstructuur onder zijn arm. Maar onverwachts ontstond er tumult toen een woest kijkende dukker en een opgefokte kraj behoorlijk brink uithaalden naar een opgestoken blom. De blom ontweek hun venijnige bing, maar een sjagerijnige hartog en twee magere heijnen probeerden haar vervolgens een dijk van een bert en een jaap te geven. Ze kregen daarbij hulp van een vriend, die met een twijfelachtige beukel in zijn hand uit een konijnen nolletje onder aan de ruijven kwam aanstormen. De man predikte verdoemenis voor blommen, telde onderwijl zenuwachtig zijn knopen en zag er al met al bedenkelijk vijandig uit. Een norse recreant, die zich tot dat moment sjoukes had gehouden, voegde zich onvoorwaardelijk bij hem en slaakte onverstaanbare kreten naar de blom. Zij zocht steun bij vier arbeiders, die aan de voet van een vers strandpaviljoen sociaal al lang stonden te overwegen of één bus zou voldoen om tachtig strandhuizen om zink te helpen. Zij behield haar woordigheid en het was duidelijk dat zij haar belangen niet wenste te verstrengelen met zotten. Even verderop het strand zaten vier duistere schepenen op roestige, uitpuilende reservepotten doorberekenend naar het tafereel te turen. Er kwamen overwegend lithwoorden vanuit hun groene mont foortklokken. Ze spraken slechts met en in zichzelf, maar schenen gedwee naar de lange baljuw te luisteren die aan hun zijde stond. Je kon de betwiste integere teit er op gelijk zetten dat ze ko, alie, ties en alle anderen dit soort blommen zouden ontraden. Op dat moment zag ik, nog verder weg, aan de vloedlijn, omgeven door veenroggen met vlekken een jonge vrouw verrijzen, die onvoorgesteld kordaat de baljuw van zijn post manoeuvreerde.
Ik vroeg me af of zij de blom te hulp ging schieten, maar de tijd was nog jong en de afstand was nog ver. De blom besloot de eventuele symbiose niet af te wachten en verplaatste zich naar het kleurrijke gelderland, wat noorder dan het meer, het verre meer aan de overzijde, schuin tegenover het kraaijeveld waar een man en de stramme grave langzaam van achter een huis te voorschijn kwamen.
Laad Googlemaps om de locatie te zien
Reageer op dit bericht